|
|
|
|
|
|
Bowie speeld een tweetal sets van respectievelijk 1 en 1,5 uur waarbij de eerste set bestaat uit nieuw materiaal. Op het drum 'n bass-werk wordt verdeeld gereageerd. Bowie zelf is niet nadrukkelijk aanwezig en is slechts een element binnen het totaalgeluid van de band. Nade korte pauze hervat hij het optreden alleen. Met gitaar gaat hij vooraan op het podium staan en is plots zo prominent aanwezig dat de rillingen over je rug lopen. Daarom speeld hij ( wederom met band ) zowel oude bekenden ( The Man Who Sold The World, Fame, Jean Genie ) als de recente singles Little Wonder en Dead Man Walking. Het is een concert van uitersten. Soms breekbaar en vertederend, dan weer afstandelijk en voorzien van meedogenloos harde beats. De dance-puristen gruwelen van Bowie's flirt met drum 'n bass, de oude rotten vinden het ook moeilijk te verteren. Bowie heeft in ieder geval zelf zichtbaar veel plezier in wat hij doet en bevindt zich in het niemandsland tussen de verschillende stromingen. Hij liet zich immers nooit vangen door de hokjesgeest.
|
|
|
|
|
|